Blog
Ontgoocheling overheerst na ontluisterend treurspel
Door Hans Hindriks
Ondanks een cast van wereldsterren is de grote finale van de twee weken durende klimaatconferentie in Kopenhagen uitgelopen op een ontluisterend treurspel. In een poging de scherven van twee weken langs elkaar heen praten op het laatste moment aan elkaar te lijmen, presenteerde de Amerikaanse President Barack Obama even voor middernacht een gedrocht van een eindproduct, dat niet veel meer bleek te zijn dan de optelling van vrijwillige beloften die individuele landen voorafgaand aan de conferentie reeds hadden gedaan.
Daarmee ging de klimaatconferentie, waarvoor de verwachtingen in de voorbije maanden al geleidelijk naar beneden waren bij geschroefd, als een nachtkaars uit. Op de laatste dag van het onderhandelingcircus bleek geen van de sleutelspelers de politieke wil te kunnen etaleren om een nieuwe impuls te geven aan de door achterdocht en angst gegijzelde onderhandelingen. Barack Obama was weliswaar gekomen op een golf van verwachting, maar kon, overmand door vermoeidheid, gefrustreerd door de diepe loopgraven waarin de Chinezen zich bleven verschansen, en gehinderd door een tegen sputterende achterban in eigen land, geen grote ommekeer forceren.
Gedurende de laatste uren van de vrijdag schraapte een groep van 25 landen, onder wie de VS en China, de armetierige alinea’s waarover na twee weken discussies overeenstemming bestond, bij elkaar. Dit leidde tot “het politieke akkoord van Kopenhagen” dat een haspelende en wit weggetrokken Obama weliswaar een “belangrijke stap vooruit noemde”, maar zo bol stond van de algemeenheden dat het epistel ook per sms opgesteld had kunnen worden.
Al langer was bekend dat er in Kopenhagen geen rechtsgeldig verdrag zou worden gesloten, maar in het Kopenhagen Akkoord zoals dat er even na middernacht lag, wordt zelfs geen deadline voor een dergelijk bindend verdrag genoemd. In Mexico-Stad zal eind volgend jaar een nieuwe poging worden ondernomen. Buiten de algemene belofte om de mondiale uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 50 % te hebben terug te brengen ten opzichte van 1990, bevat het document bovendien geen korte termijn doelstellingen, laat staan emissieplafonds voor individuele landen. Hierover zou wel aanvullend overleg in januari 2010 plaatsvinden.
Daarmee ademt het akkoord een grote mate van vrijwilligheid. Zonder wettelijk kader, noch een toets om transparantie en effectiviteit van bestede gelden te kunnen meten, zijn landen niet gebonden om hun uitstoot daadwerkelijk te reduceren en is de VN niet gemandateerd om eventuele sancties op te leggen.
Positief aan het akkoord noemden sommigen de breed gedragen bereidheid om op korte termijn (voor 2012) 30 miljard dollar beschikbaar te stellen voor hulp aan door klimaatverandering getroffen ontwikkelingslanden. In 2020 zou dit fonds moeten aanzwellen tot 100 miljard dollar per jaar. Niettemin bestaat er nog veel onduidelijkheid over de herkomst van deze gelden. Zo zal zowel publiek als privaat geld in het fonds moeten terecht komen, maar is niet gespecificeerd hoeveel elk land precies moet bijdragen.
Obama, die nog voor het officiële ondertekenen per vliegtuig huiswaarts keerde, gaf toe dat het gesloten akkoord “niet genoeg” was om de wereldwijde temperatuurstijging tot 2 graden Celsius te beperken. Na weken van indringende morele, politieke, economische en ecologische argumenten kon die vaststelling niet wranger overkomen dan een toneelstuk, zwanger van de hoge verwachtingen en anticiperend op lovende recensies, dat als een schaamteloos treurspel een ontgoocheld publiek achterlaat. In toorn ontstoken eist het klimaatpubliek nu haar geld terug. De Jongeren Kopenhagen Coalitie trok aanstonds naar het Bella Center om de winternacht met kreten van ongeloof en ontsteltenis te vullen.