Blog
Obama herkauwt bekende argumenten
Door: Hans Hindriks
De wereld beweegt zich in Kopenhagen steeds dichter naar een collectieve blamage nu, met nog slechts enkele uren van onderhandelingen voor de boeg, de belangrijke spelers hun verjaarde argumenten een laatste keer herkauwden en in vage abstracties over de plenaire vergadering van de VN uitbraakten. De Amerikaanse President Obama, van wie wellicht tegen beter weten in een doorbraak was verwacht, benadrukte weliswaar andermaal de urgentie van het klimaatprobleem, maar bracht met een opvallend vlakke speech een akkoord geen stap dichterbij.
Luttele minuten eerder had de Chinese minister-president Jibao zichzelf opzichtig op de borst geklopt voor de investeringen die zijn land reeds doet in schone(re) en efficiëntere technologie en productiemethoden. Daarbij bleven de Chinezen zich verzetten tegen de mogelijkheid van internationaal toezicht op de uitgekeerde adaptatiegelden, die deel moeten worden van een nieuw wereldwijd akkoord. Transparantie van de besteding van klimaatgelden is een harde voorwaarde van de VS om de portemonnee überhaupt te trekken.
Ondertussen is het onduidelijk of, en zo ja op welke manier, er nog een politiek akkoord uit de onderhandelingen komt, die steeds meer regeringsleiders openlijk “frustrerend” noemen. Vertegenwoordigers van de Europese Unie nemen het woord blamage nog niet openlijk in de mond, maar de Nederlandse minister Cramer benadrukte gisteren al het breed gedeelde gevoel van groot ongenoegen nu de wereld haar verantwoordelijkheid niet lijkt te nemen.
Daarmee lijkt voorlopig een treurig einde te komen aan een twee weken durende marathon van grote politieke discussies en maatschappelijke betrokkenheid. Aan het einde van de avond zal moeten blijken of de regeringsleiders ten lange leste hun reputatie – en het klimaat – van een vernietigende nederlaag hebben kunnen reden. De blessuretijd is ingegaan. De grootste verzameling politieke kopstukken die de wereld sinds lange tijd bijeen heeft gezien lijkt op een kansloze achterstand te staan tegen een halsstarrige, maar eenkoppige tegenstander, hun eigen angst en achterdocht.